Orde van dienst 28-6-2020

Liturgie voor 28 juni 2020

 

Orgelspel

 

Mededelingen

 

Psalm 67: 1

God zij ons gunstig en genadig.

Hij schenke ons ‘t gezegend licht

dat overvloedig en gestadig

straalt van zijn heilig aangezicht:

opdat hier op aarde / elk uw weg aanvaarde

en tot U zich wend’,

zo, dat allerwegen / ieder volk de zegen

van uw heil erkent.

 

Votum en groet

 

Psalm 67: 3

De aarde heeft de vrucht gegeven,

die door de hemel werd verwekt,

en uit haar schoot ontspruit nieuw leven

waar God zijn hand houdt uitgestrekt.

God is ons genegen, / onze God geeft zegen,

Hij die alles geeft,

Hij zal zijn geprezen, / Hem zal alles vrezen

wat op aarde leeft.

 

Gebeden

 

315: 1

Heb dank, o God van alle leven,

die zijt alleen Uzelf bekend,

dat Gij uw woord ons hebt gegeven,

uw licht en liefde ons toegewend.

Nu rijst uit elke nacht uw morgen,

nu wijkt uw troost niet meer van de aard,

en wat voor wijzen bleef verborgen

werd kinderen geopenbaard.

 

Lezing  Psalm 67

 

838: 1

O grote God die liefde zijt,

o Vader van ons leven,

vervul ons hart, dat wij altijd

ons aan uw liefde geven.

Laat ons het zout der aarde zijn,

het licht der wereld, klaar en rein.

Laat ons uw woord bewaren,

uw waarheid openbaren

 

Aandacht voor de kinderen

 

Lezing Matteus 10 34- 42  gelezen door de lector

 

995: 1 en 2

1. O Vader, trek het lot U aan

van allen die door U bestaan.

Gij die geen stenen geeft voor brood,

wees met uw kinderen in nood;

en stil, God die rechtvaardig zijt,

de honger naar gerechtigheid.

2. O Vader, trek het leed U aan

van allen die met ons bestaan.

Gij hebt gezegd: geef gíj hun brood, –

doe ons hun naasten zijn in nood,

opdat zij weten wie Gij zijt:

de God van hun gerechtigheid.

 

Preek

 

Orgelspel

 

848: 1 en 2

1. Al wat een mens te kennen zoekt

aan waarheid en aan zin:

het ligt verhuld in uw geheim

dat eind is en begin.

2. Geen mensenoog heeft dat gezien,

geen oor heeft het gehoord;

het wordt ternauwernood vermoed

en aarzelend verwoord.

 

Gebeden-

 

850 Geen taal bij machte U te meten

1.

Geen taal bij machte U te meten,

geen woord toereikend om het licht

te schatten van uw eeuwig wezen.

Wie zijn wij voor uw aangezicht?

 

3.
Wie zijn wij dat wij zouden weten

de oorsprong van wat leven is,

de tijd door U ons toegemeten,

de toekomst, uw geheimenis?

2.

Wie was erbij toen Gij de zeeën,

de chaos tot bedaren riep?

Waar waren wij toen Gij het leven,

het nijlpaard en de pijlstaart schiep?

 

4.

Hoe zouden wij U kunnen peilen?

Ons meetsnoer is zo klein en broos.

Verborgen blijven uw geheimen,

uw schepping maakt ons sprakeloos.

 

5.

Geen mens bij machte uit te leggen

wat in uw plan besloten ligt.

Wij hebben het van horen zeggen

en dorsten naar uw onderricht.

 

Zegen;  allen 3x amen